Blog Nieuws

Achtste marathon: Monnikentocht

  • 26 augustus 2018

De dag van tevoren heb ik er al een treinreis opzitten langs plaatsjes die ik hooguit ken uit de tijd dat ik nog een bosatlas had. Tussenbestemming is Emmen, waar een spandoek in de winkelstraat me verwelkomt in het Duits. Dat is ook meteen het enige kosmopolitische aan deze plaats.

De zeikende regen is de dag erna, inmiddels zijn we in Ter Apel, nog niet opgedroogd. Daar vindt naast het plaatselijke klooster de start van de Monnikentocht plaats. Het is met recht een van de mooiste tochten van Nederland. Door bossen met onverharde paadjes, die je hooguit herkent omdat ze bezaaid liggen met afgevallen bladeren en naalden, dennenappeltjes en als je pech hebt uitstekende boomwortels. Let ondertussen ook op laaghangende takken, iets waar ik met mijn kleine twee meter lichaamslengte niet aan ontkom. Zo gaat het kilometerslang af en aan. Om de 5 kilometer stop ik bij de verzorgingspost en ga ik weer door na een snackmomentje met sportdrank, banaan en ontbijtkoek. Mijn benen voelen fris, in tegenstelling tot die bloedhete bedoening van vorige maand. Dat was ook een veredelde landschapsloop in een bosrijke omgeving, maar onvergelijkbaar.

Ongemak
Dravend langs de weilanden en de akkers waan ik me ergens in Ohio. Helaas is het qua regenval eerder Oregon en tot ver over de helft blijft dat ook zo. Mijn hardloopjack houdt de regen buiten, maar daardoor krijg ik het warm. Aangezien ik wel vaker kou vat als ik zonder jackie in de regen loop, hou ik hem toch maar aan. Toch zou ik nu het liefst met ontbloot bovenlijf lopen: door de regen is de vaseline van mijn tepels weggespoeld. Daardoor schuurt mijn renshirt bij elke stap over mijn tepel tot het uiteindelijk begint te bloeden. De rode vlek drukt door tot op mijn jack, later verkleurt het door de regen tot een flets oranje. De zompige bodem doet zich voelen in mijn benen. Ik voel mijn knie opspelen als ik een keer verkeerd land. Na een kilometer of 30 raak ik de weg kwijt. Dat wil zeggen: ik mis een bordje, loop nietsvermoedend over een geasfalteerd fietspad totdat ik een meter of honderd links van me een paar vertrouwde gezichten zie rekken bij een verzorgingspost.

Het is de spreekwoordelijke druppel. Ik wil eigenlijk niet meer. Niet veel verder is er een splitsing tussen de lopers van de 43 en de 51 kilometer. Eigenlijk zou ik de 51 doen, maar ik voel de absolute overtuiging niet meer om die ook uit te lopen. Maar 43 kilometer is ook een marathon en meer zit er voor mijn gevoel niet in vandaag. Eenmaal bij de splitsing kies ik voor 43 en ga rechtsaf, net voor Vlagtwedde langs in plaats van eromheen met een extra lus van 8 kilometer. Ik knap mentaal op van mijn beslissing en alsof het zo moet zijn breekt ook de zon door. Midden in de herbouwde vesting van Bourtange wacht de finish op een dorpsplein met keien. Er klinkt applaus vanaf het terras.

In 2018 ren ik twaalf marathons om geld in te zamelen voor de genezing van de ziekte van Huntington. Volg Hardlopen tegen Huntington ook op Facebook en Instagram!

No Comments Found

Leave a Reply