Blog

Eerste marathon: Den Haag Strandmarathon

  • 15 januari 2018
Post-finish picture na de Strandmarathon

De weg naar Den Haag is al een marathon op zich. Om half 7 zit ik aan de pasta, drie kwartier later ben ik op Amsterdam Centraal. Daar kom ik erachter dat mijn ov-chipkaart zoek is. Geen nood, dagretourtje kopen en gaan. Door behoorlijke vertraging (op zondagochtend, jawel) moet ik wel mijn reisschema aanpassen.

Contant betalen
Eenmaal in de Hofstad moet ik van de Laan van NOI nog met de bus naar Wassenaar. Ik slik even. Je kan niet pinnen in de bus, lees ik nu. Behalve dat ik geen ov-chipkaart heb, heb ik ook geen contant geld. Al jaren niet meer eigenlijk. Ik zoek snel een pinautomaat in de buurt maar vind er geen. Ik doe alsof ik van niks weet als de bus eenmaal komt, waarop de chauffeur me de bus wil uitzetten.
‘Probeer maar bij het pompstation’, zegt hij. Hij wijst naar een – duidelijk gesloten – BP naast de halte.
‘Hoeveel heb je nodig?’ hoor ik achter me.
‘Drie vijftig.’
Achteloos legt een jonge vrouw het bedrag neer en loopt verder. Ik bied nog aan om het over te maken.
‘Ga weg joh, gek.’
Ze heeft mijn marathon gered en mijn dag gemaakt.
Pas twintig minuten voor de start sta ik, met enkele tientallen andere lopers, bij het TNO-gebouw bij de Waalsdorpervlakte. Tijd voor foto’s en filmpjes heb ik helaas niet meer, maar mijn stressniveau is inmiddels weer normaal. Ik kijk eens om me heen. Het is 2 graden, met een matige oostenwind en een zonnetje. Ondanks de zon moet je goed ingepakt zijn. Voor mij is mijn keelwarmer vandaag onmisbaar.

Tij keert
Na drie kilometer vanaf de start tot aan de duinen lopen we de boulevard van Scheveningen op. Daar gaan we eerst het houtwerk van de Pier op om uiteindelijk onder dit iconische bouwwerk door te lopen. Door het terugtrekkend tij is het strand vrij breed. Het zand is compact dus is de ondergrond dicht bij het zeewater relatief hard, al is het bepaald geen asfalt. De meeste lopers blijven dus altijd in de buurt van het water lopen. Soms moet je dan omtrekkende bewegingen maken als een geultje het strand deels bedekt. De teller staat daarom op ruim 22 kilometer als ik het keerpunt bereik.

Het tweede deel van de race gaat over hetzelfde strand precies de andere kant op. Het betekent in alles het keerpunt. De race verandert omdat het tij dat ook doet. Door het inmiddels opkomend tij wordt het strand smaller. Belangrijker is dat het zand dichtbij het water daarom veel ruller is dan op de heenweg. Ik moet veel meer inspanning doen om stappen te zetten. Met mijn 90+ kilo zak ik soms tot mijn enkel weg in het zand. In de eerste helft van de race heb ik in de buurt gelopen van een aantal renners, op de terugweg vang ik geen glimp meer van ze op. Meerdere keren krijg ik natte voeten.

Gedachten ombuigen
Het is afzien. Juist dan dwalen mijn gedachten af, soms naar oorden waar ik ze niet wil hebben. Met 30 kilometer in je benen moet je bijvoorbeeld vooral niet gaan uitrekenen hoe ver je nog moet, of geïrriteerd raken dat het zo zwaar is. Kijk niet verder dan het eerstvolgende punt. Dat kan een boom zijn, een voertuig of zoals vandaag meestal een strandtent. Het helpt om mezelf tot de orde te roepen. Ik heb niet een wildvreemde een busrit voor me laten betalen om nu op te geven. Ik heb geen tientallen donateurs voor Hardlopen tegen Huntington laten lappen om ze nu teleur te stellen. Ik buig mijn gedachten om in dankbaarheid voor het feit dat ik dit kan en mag doen – én dat zoveel mensen mij en mijn actie steunen in de strijd tegen een afschuwelijke ziekte.

Eenmaal over het dode punt ben ik op ongeveer 38 kilometer en gaat de route het strand af, naar de bunkers. De laatste kilometers kan ik niet meer aanzetten door alle vermoeienissen, maar dat maakt me vandaag niet uit. Bij het clubhuis van The Hague Road Runners eindig ik met 43,25 kilometer op de teller.

No Comments Found

Leave a Reply