Blog Nieuws

Halve van Katwijk

  • 29 september 2019

Mijn vaderschapsverlof op hardloopgebied duurt uiteindelijk een volle zwangerschap. Het begint in december 2018, als ik mijn twaalfde marathon van dat jaar loop. Daarna hoeft het even niet meer. Mijn lichaam schreeuwt om rust als een uitgeputte akker. 

In februari wordt mijn dochter geboren, waardoor mijn prioriteiten daar komen te liggen. Overdag probeer ik slaapjes mee te pikken om mijn gebrekkige nachtrust te compenseren. Als het buiten enigszins guur oogt, breng ik het niet op om te rennen. Mijn benen ogen zachter, laat staan mijn buik. Het zal naakt aan de haak minstens een kilo of vijf schelen. 

Campagneteam Huntington
Pas in de zomer doe ik voorzichtig weer mijn loopjes, maar het lukt maar niet om in een ritme te geraken. Pas als ik enkele weken van tevoren een startnummer voor de Dam tot Damloop (22 september) krijg van Campagneteam Huntington, gaat de spreekwoordelijke knop om. Het hele jaar heb ik nog geen run boven de twaalf kilometer aangetikt, maar deze race (10 mijl) is haalbaar. Mijn focus keert terug en ondanks de hitte loop ik die dag een prettige race.

Het gaat ook goed met het Campagneteam: het streefbedrag van 4 miljoen euro nadert. Eigenlijk willen we ons allemaal voor het goede doel blijven inzetten, aangezien geen enkel bedrag een werkend medicijn garandeert. Hopelijk worden de acties vervolgd, ook als straks het streefbedrag binnen is. 

Een beetje wind – en regen
De Dam tot Damloop is een goede opmaat geweest naar de Halve van Katwijk, 21,1 kilometer door de duinen en over het strand. De omstandigheden zijn lastig in te schatten. De temperatuur is mild, maar het weer is wisselvallig. Alleen de wind is hard met windkracht 6. ‘Een beetje wind’, zeggen ze dan in Katwijk. Pas een half uur van tevoren besluit ik mijn regenjackie in de tas te laten. Uitgerekend vlak voor aanvang barst een hoosbui los boven het startvak aan de boulevard. In de eerste kilometer krijg ik tot twee keer toe een regendruppel in mijn oog waardoor mijn lens van zijn plaats schiet. 

Na een kilometer of vijf wordt het droog en voorzichtig breekt er een herfstzonnetje door. Wel zijn de duinen ongelooflijk drassig. Bijna alle renners gaan links of rechts om de plassen heen. In het zogeheten panbos, een bosachtig gebied vlakbij de duinen, is het parcours ronduit zompig. Dit stuk heeft kenmerken van een veredelde trailrun. Op dat gebied ben ik niet veel gewend en al vrij snel zit ik hoog in mijn ademhaling. 

Teruggeblazen naar de finish
De lopers van de 15 kilometer buigen af richting finish. Wij moeten nog even. Tegen de zestien kilometer gaan we het strand op voor vijf kilometer over het strand. Misschien is de hoosbui niet zo onvoordelig omdat het zand dan compacter is, bedenk ik. Als het eenmaal zover is, blijk ik nog een voordeel over het hoofd te hebben gezien: windkracht 6 staat strak in onze rug. ‘We worden gewoon teruggeblazen!’, merkt een voorbijganger op voordat hij me passeert. Hij is bijkans de enige, want in de resterende kilometers ga ik nog enkele tientallen renners voorbij.

Een speciale genodigde
Ik ben helemaal los en dat blijft zo tot enkele tientallen meters voor de finish. Daar zie ik een speciale genodigde: mijn vader met zijn begeleidster. Ik klim op het dranghek en buig voorover. Hij kan niet verder naar voren in zijn rolstoel dus geef ik hem snel een kus op zijn hand. ‘Ik ga even finishen, tot zo’, zeg ik voordat ik verder loop tot over de eindstreep. Ik zie niet meer hoe zijn blik oplicht, maar dezelfde twinkeling in zijn ogen heeft hij een kwartier later, inmiddels ben ik omgekleed, nog steeds. Ik neem zijn bosje bloemen aan met een knuffel. 

Het wordt nog mooier als we even later bij een naburig strandpaviljoen zitten. Zijn begeleidster blijkt namelijk een vrije dag te hebben, maar wilde per sé mijn vader naar de finish brengen omdat andere collega’s dienst hebben. ‘Heel graag gedaan. Zeg nou zelf, dit is toch leuk?’ Mijn hart springt er van open. 

No Comments Found

Leave a Reply